In het kader van de eerste virtuele handelsmissie naar Suriname sprak Dayant Ramkalup met de Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; Sigrid Kaag.

De interstatelijke relatie tussen Nederland en Suriname is sinds het aantreden van president Santokhi aanzienlijk verbeterd. Aan tien moeizame, stroeve jaren lijkt langzaam een einde te komen. Beide regeringen zetten in op goede betrekkingen gebaseerd op wederzijds respect, gedeelde normen en gelijkwaardigheid. Met een frisse blik vooruitkijken, doch met inachtneming van het verleden. Lering trekken uit eerder opgedane ervaringen is het devies. Ik ben benieuwd hoe de samenwerking zich in de loop der jaren zal ontwikkelen. Zal het spanningsveld tussen het pragmatisme en het idealisme zich verder versterken? Welke plek krijgen morele waarden in de relatie? Of wordt er vooral gekeken naar de effectiviteit van buitenlands beleid?

Suriname kent grote problemen; falende instituties, corruptie en een gigantische staatsschuld met desastreuze gevolgen. De vorige regering geleid door oud-president Desi Bouterse was omstreden vanwege falend beleid, machtsmisbruik en een pijnlijk, duister verleden. Ik vestig mijn hoop op de nieuwbakken regering van president Chandrikapersad Santokhi. Het streven is om op de lange termijn welvaart en stabiliteit te bewerkstelligen. De nieuwe regering heeft aan het volk beloofd te handelen naar eer en geweten, desalniettemin baren recente ‘trekjes’ van nepotisme mij zorgen.

Op donderdag 19 november 2020 sprak ik met Sigrid Kaag, de Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, omtrent de handelsrelatie tussen Nederland en Suriname.

Wat zijn op dit moment obstakels die een belemmering vormen voor de handelsrelatie?

“Ik kan daar op dit moment nog niet minutieus over oordelen. Ik heb uit adviezen en beleidsdocumenten vernomen dat het bureaucratische proces in Suriname traag is, alhoewel wij daarin ook kunnen verbeteren. Daarnaast is het land gedurende lange tijd geïsoleerd geweest, waardoor zowel publieke als private mechanismen en procedures een herstart nodig hebben. Deze opbouwperiode kan enorme kansen bieden voor buitenlandse investeerders. Nederlandse bedrijven zouden hun kennis kunnen delen over het organiseren van bepaalde bedrijfsprocessen.”

“Ik geloof dat er een wederzijdse intentie is om zaken goed te regelen. Nederland kan een bijdrage leveren om Suriname door deze economisch moeilijke periode heen te loodsen. De verwachtingen van de Surinaamse bevolking zijn hooggespannen, maar verandering vergt tijd. We mogen niet vergeten dat de schuldencrisis als het zwaard van Damocles boven de Surinaamse regering hangt. Suriname maakt dit allemaal ook nog eens mee in tijden van een mondiale gezondheidscrisis en een terugval van de internationale handel. Het is in het licht hiervan terecht dat deze Surinaamse regering van start gaat met een ambitieus programma om Suriname uiteindelijk terug op de rails te krijgen. De aanpak van de nieuwe Surinaamse regering verdient steun. We moeten ons focussen op pragmatisme.”

De samenwerking valt onder het brede raamwerk van de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s); handelsovereenkomsten tussen de Europese Unie en de ACS-landen; 79 landen uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. De Economische Partnerschapsakkoorden dragen bij aan de ontwikkeling van kwetsbare landen. De meest kwetsbare ACS-landen kunnen tegen zeer lage tarieven opereren op de Europese markt. Andersom mogen de zwakke ACS-landen hun economieën beschermen door middel van hoge invoerrechten.

Politieke achtergrond van Suriname

Het is voor buitenstaanders ingewikkeld om de Surinaamse samenleving tot op het bot te begrijpen. Surinaamse politieke gewoontes en conventies ogen chaotisch en complex. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, meende zelfs dat etnische opdeling de oorzaak is van het falen van de Republiek Suriname. Uit deze ongefundeerde uitspraak blijkt zijn onwetendheid. Wellicht is Suriname inderdaad een ‘failed state’, maar is de oorzaak daarvan werkelijk etnische opdeling?

Toegespitst op de Nederlandse politieke structuur van de jaren 50 schreef politicoloog Arend Lijphart in ‘Verzuiling, pacificatie en kentering’ over politieke stabiliteit bereikt door ‘overkoepelende samenwerking tussen de elites van de verzuilde bevolkingsgroepen’.

Suriname is een land van tegenstellingen en verschillen. Maar in die wirwar van verschillende religies, huidskleuren, talen en klederdracht proef ik een soort unanimiteit en harmonie. Oud-minister Jan Pronk beschreef die tegenstellingen, verwijzend naar de film ‘Wan Pipel’ als volgt: ‘Het was zo knap om alle mogelijke tegenstellingen in één verhaal met elkaar te verbinden en boeiend te verbeelden: de tegenstellingen tussen Suriname en Nederland, tussen een nieuw land en haar voormalige kolonisator, tussen Hindoestanen en Creolen, tussen moderniteit en traditie, tussen verschillende tradities en religies, tussen stad en platteland, tussen generaties, tussen jonge vrouwen en mannen, tussen mensen die zich gekluisterd voelden binnen de eigen groep en hen die kozen voor een groepsoverstijgende gemeenschappelijke identiteit’.

Zijn de Economische Partnerschapsakkoorden tussen de EU en CARICOM (Caribische Gemeenschap) al in werking gesteld?

“Dat weet ik niet precies. Mijn ambtenaren gaan dat nu even uitzoeken. We checken dat as we speak.”                      

“Goed dat je ons aan deze akkoorden helpt herinneren.”

“Deze akkoorden kunnen overigens cruciaal zijn voor Suriname. Een halfuur geleden voerde ik toevallig in het parlement een discussie over de EPA’s in relatie tot Afrikaanse landen. Het probleem is vaak dat ondanks het wegnemen van handelsbarrières, de kwaliteitsnormen onvoldoende worden gewaarborgd. Suriname zou bij Nederlandse kennisinstellingen adviezen kunnen inwinnen omtrent het verbeteren van kwaliteitseisen, zodat Suriname op termijn zijn marktaandeel kan uitbreiden.”

Na een tijdje verklaarde een aanwezige beleidsambtenaar dat nog niet alle lidstaten de Economische Partnerschapsakkoorden hebben geratificeerd, echter zijn de akkoorden al provisioneel geïmplementeerd. Nederland heeft het verdrag reeds bekrachtigd.

Ik heb begrepen dat versterking van het ondernemingsklimaat in kwetsbare landen gefinancierd wordt uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dit budget wordt echter vooral gebruikt voor een aantal focusregio’s: het Midden-Oosten, Noord-Afrika, de Sahel, en de Hoorn van Afrika. Omdat Suriname geen deel uitmaakt van deze focusregio’s zijn de mogelijkheden beperkt. Is het mogelijk, gezien de nieuwe politieke context, dat Suriname wordt toegevoegd aan deze focusregio’s?

“Suriname heeft recht op dit budget. Suriname kan overigens aanspraak maken op een tal van instrumenten om entrepreneurship te bevorderen. Er zijn onder andere exportkrediet instrumenten, er is garantiekapitaal beschikbaar en er zijn lage leningen voorhanden die door de staat gedekt worden. Zowel Nederlandse als Surinaamse investeerders kunnen in aanmerking komen voor gebruik van deze middelen. Ik wil deze instrumenten zo toegankelijk mogelijk maken. Het hangt echter wel van het betreffende financieringskanaal af, in welke mate ik de toegankelijkheid kan vrijwaren. We moedigen onze Surinaamse collega’s voortdurend aan om te oriënteren op mogelijke interessante financieringsbronnen. Onze ambassade in Paramaribo speelt een cruciale rol in het informeren van onze partners in Suriname. Ook online is er veel informatie te vinden over wat er allemaal te doen valt. Iedereen staat te trappelen om ondersteuning te bieden, maar veel opties binnen de instrumenten zijn nog niet eens aangeraakt. Tot slot zijn we de laatste tijd aan het onderzoeken of er behoefte is aan een gezamenlijk MKB-fonds. Middels overleg met verschillende sectoren ben ik aan het onderzoeken wat allemaal mogelijk is.”

Bent u al eens in Suriname geweest?

“Nee helaas nog niet, Dayant! Ik ben wel ontzettend nieuwsgierig naar het land. Toen ik nog in New York woonde had ik altijd al willen gaan, maar helaas is het er toen niet van gekomen. De geschiedenis van Suriname vind ik werkelijk fascinerend. Ik hoop in de toekomst, als de situatie het toelaat, Suriname te bezichtigen.”

Dayant Ramkalup interviewde Sigrid Kaag voor DEBAT Magazine, lijsttrekker van D66 en minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Dayant is een student aan de Universiteit Leiden met een grote interesse in politieke actualiteiten en Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse politieke en historische aspecten. Dayant interviewde eerder Pete Hoekstra en Hans Moison.

Afbeelding via Rijksoverheid