De afgelopen dagen stonden in het teken van terreur en angst. Eerst met de aanslag in Nieuw-Zeeland, gevolgd door een aanslag op eigen bodem. Het maatschappelijke debat ging desalniettemin door, misschien zelfs scherper dan gebruikelijk. Wat betekent dit voor onze samenleving?

Na een urenlange klopjacht werd de verdachte opgepakt. Tanis blijkt een geroutineerd draaideurcrimineel te zijn met een behoorlijke waslijst aan veroordelingen. Door zijn omgeving wordt hij vooral beschreven als ‘mentaal instabiel’; onvoorspelbaar wiegend tussen een vrome moslim en een coke-snuiver. In een interview aan het AD, beschrijft zijn verkrachtingsslachtoffer hem als ‘knettergek, drugsgebruiker, psychopaat, maar geen terrorist’ zijn daad zou volgens haar niets te maken hebben met het geloof.

Inmiddels is bekend dat er een briefje in Tanis’ vluchtauto gevonden zou zijn waarop te lezen is dat hij deze aanslag in naam van Allah zou hebben gepleegd. Ook groette hij zijn moslimbroeders. Excuses en diepe spijtbetuigingen zouden meer op hun plaats zijn, als ik even namens de moslimgemeenschap mag spreken. Met de verklaring dat hij de aanslag zou hebben gepleegd namens Allah zelf, claimt hij een bevoorrechte positie te hebben als diens speelpop. Hiermee overstijgt hij zijn voorgangers die enkel dood en verderf hebben mogen zaaien in naam van een terroristische organisatie, in plaats van een direct lijntje te hebben met Allah. Des te meer reden natuurlijk om te veronderstellen dat Tanis een verwarde doorgesnoven eenling is geweest op zoek naar erkenning. De erkenning die wij hem nu juist niet moeten gunnen door hem te linken aan een godsdienst of diens gelovigen.

De meeste fractievoorzitters staakten hun activiteiten. Voor Baudet is campagne voeren blijkbaar verheven boven het tonen van menselijke solidariteit naar slachtoffers. Maar ook Wilders maakte maar al te gretig gebruik van het profiel van de dader om het te linken aan de gevolgen van de multiculturele samenleving. Baudet vond het zelfs nodig om dit soort excessen van terreur te linken aan het immigratiebeleid van het CDA en VVD – en daarmee dus aan mensen met een migratieachtergrond. Hiermee worden minderheden weggezet als een vijfde colonne die tot hetzelfde in staat zouden kunnen zijn. Identiteitspolitiek en het versterken van de tweedeling is waar beide zich aan schuldig maken.

De giftige tentakels van de polariserende identiteitspolitiek manifesteerde zich ook na afloop van de verschrikkelijke terroristische aanslagen op twee moskeeën in Christchurch. Tijdens het vrijdagmiddaggebed werden biddende moslims het slachtoffer van een bloedige kogelregen, maar liefst 50 van hen overleefden dit niet. Tientallen mensen zijn gewond geraakt, waarvan een aantal zich in kritieke toestand bevinden. De dader, Brenton Tarrant, was een rechts-extremistische sympathisant. Hij zag zichzelf als een gewone witte man die het blanke volk wilde beschermen tegen de immigratiegolf van indringers. 

De wereld reageerde met afschuw – condoleances en medeleven vanuit verschillende landen stroomden binnen. Maar al snel werd het maatschappelijke debat in Nederland hervat. Rechts Nederland – en met name Wierd Duk (politiek commentator namens de Telegraaf) – hekelde dat bepaalde opiniemakers de aanslag in Nieuw-Zeeland linkten aan rechtse politici. Onzuiver redeneren noemde Duk deze aantijging. Zelf is hij ook een uitgesproken journalist, zo beschreef hij Nederland eerder eens als een islamitisch orthodox land. Maar is het verband dat wordt gelegd terecht? Is het scherpe debat over de Islam en immigratie – wat op de politieke agenda is gezet door rechtse partijen – de voedingsbodem voor dit soort aanslagen? De terrorist was bovendien geïnspireerd door het rechts-extremisme. Mogen we dan nu, net als Wilders en Baudet dat deden naar aanleiding van de aanslag in Utrecht, ook de lijn leggen tussen het rechtse electoraat en het bloedbad in Christchurch?

Nee natuurlijk niet, hoor ik je denken. Fair enough, daarom draaien we het even om. Na de recente golf van aanslagen in Europa heerste er een brede maatschappelijke discussie over de rol van gematigde moslims in Nederland – wat zich wellicht nu gaat herhalen. Opiniemakers, politici en zelfs sommige academici spraken de verwachting uit dat moslims gezamenlijk afstand zouden moeten nemen van de extremistische aanslagen in naam van de Islam. In deze verwachting schuilt een onuitgesproken schuldverklaring die impliceert dat je schuldig – of minstens medeplichtig – bent, zolang het tegendeel niet is uitgesproken. Het is een denkbeeldig vonnis dat wordt geveld zonder enig proces.  Maar we vragen PVV’ers en FVD’ers na de aanslagen in Christchurch toch ook niet aan hun collega’s bij de koffieautomaat ongemakkelijk uit te gaan leggen dat zij heus wel vreedzaam zijn? En natuurlijk hoeven VVD’ers zich nu niet te distantiëren van extreemrechts. Nee, want rechts-liberalisme heeft niets te maken met extreemrechts, net zoals moslims niets te maken hebben met islamitisch extremisme. Laat staan met een doorgesnoven draaideurcrimineel. De link tussen immigranten en de aanslag in Utrecht is schuldig aan dezelfde onhoudbare retoriek dat hierboven is beschreven. Onzuiver redeneren is het inderdaad, maar dat werkt wel twee kanten op.

In de uitzending van NPO Radio 1 maakte Duk zich ook nogal kwaad om het feit dat de terrorist in Nieuw-Zeeland in de ‘linkse media’ werd gepresenteerd als vertegenwoordiger van de alt-right beweging. Blijkbaar voelt Duk zich in het nauw gedreven door deze beeldvorming. Zo te zien reiken de tentakels van de identiteitspolitiek ver uit. Het gevolg hiervan is een nog sterkere tweedeling in de samenleving. Nog meer wantrouwen in plaats van eensgezindheid. Het wordt daarom tijd om kritisch te kijken naar hoe wij het debat met elkaar voeren. In tijden van terreur moeten we één front vormen, het is wij tegen de eenlingen.