Terwijl vertegenwoordigers van landen van over de hele wereld tijdens de G20-top in Johannesburg het thema ‘Solidariteit, gelijkheid en duurzaamheid’ bespreken, bevindt de bevolking van Zuid-Afrika zich in de nasleep van grootschalige protesten tegen de extreem hoge femicidecijfers in het land.
De protesten worden geleid door Women for Change, een ngo die zich inzet voor het beëindigen van gendergerelateerd geweld en femicide. Het protest begon op sociale media, waar mensen van over de hele wereld aandacht vroegen voor het geweld in Zuid-Afrika door hun profielfoto’s paars te kleuren. Women for Change riep vrouwen en leden van de LGBTIQ+-gemeenschap op om op 21 november af te zien van alle betaalde en onbetaalde arbeid op werkplekken, universiteiten en in huishoudens, en om die dag geen geld uit te geven. Op die manier wilden zij de economische en sociale impact van hun afwezigheid zichtbaar maken. Om 12.00 uur ’s middags gingen vrouwen vijftien minuten lang in stilte liggen, ter nagedachtenis aan de gemiddeld vijftien vrouwen die dagelijks in het land worden vermoord. Dit cijfer ligt vijf keer hoger dan het wereldwijde gemiddelde. Volgens Women for Change kan de G20 niet spreken van ‘groei en vooruitgang’ zolang het niveau van gendergerelateerd geweld en femicide (GBVF) zo extreem is.
Het onderscheid tussen femicide en algemene moord — eveneens een groot probleem in Zuid-Afrika — is dat femicide een genderspecifieke motivatie heeft en wordt gedreven door discriminatie, zoals UN Women het fenomeen definieert.
Er zijn vele oorzaken, zowel oppervlakkige als diepgewortelde, die bijdragen aan dit extreme niveau van GBVF, evenals aan geweld in het algemeen, dat eveneens een terugkerend probleem vormt in Zuid-Afrika en niet genegeerd mag worden.
Het eerste probleem, en wellicht het meest zichtbare, is het falende strafrechtsysteem in Zuid-Afrika. In de periode van 2012 tot 2024 daalde het aantal opgeloste moordzaken met bijna 60 procent. Dit ging gepaard met een afname van de algemene efficiëntie van de politie — het vermogen om zaken te onderzoeken en verdachten te vervolgen — terwijl het moordcijfer hoog bleef. Vooral GBVF nam toe, met een stijging van 8,6 procent in het aantal vermoorde vrouwen tussen 2023 en 2024. In juni 2024 publiceerde de Public Protector een onderzoeksrapport waaruit bleek dat verschillende juridische instellingen zich schuldig maakten aan onzorgvuldig en onbehoorlijk bestuur bij de behandeling van zaken rond gendergerelateerd geweld.
Daarnaast zijn er meerdere structurele oorzaken die bijdragen aan de hoge femicidecijfers in Zuid-Afrika. De financiële situatie van het land is er daar één van, aangezien de economie zware klappen kreeg door de financiële crisis van 2008 en later door de coronacrisis. Zuid-Afrika is een van de meest ongelijkwaardige samenlevingen ter wereld, met een werkloosheidspercentage van 32 procent. Armoede is sterk gecorreleerd met huiselijk geweld: vrouwen hebben 3,5 keer meer kans om huiselijk geweld te ervaren wanneer zij in een huishouden met een laag inkomen leven, onder meer vanwege financiële afhankelijkheid.
Daarnaast speelt de langdurige erfenis van de apartheid een grote rol in het in stand houden van het hoge geweldsniveau. Hoewel apartheid in de jaren negentig werd afgeschaft, zijn de gevolgen nog steeds diep verankerd in de Zuid-Afrikaanse samenleving. Het niveau van GBVF ligt hoger onder zwarte vrouwen, wat aantoont dat er nog altijd sprake is van aanzienlijke systemische ongelijkheid als gevolg van de apartheidsgeschiedenis.
Naast de effecten van apartheid is ook het patriarchaat diepgeworteld in de Zuid-Afrikaanse cultuur. Uit onderzoek van de Human Sciences Research Council (HSRC) blijkt dat maar liefst 70 procent van de mannen van mening is dat vrouwen hun echtgenoot zouden moeten gehoorzamen, en dat 8 procent vindt dat vrouwen soms ‘verdienen’ om geslagen te worden. Bovendien is bijna 48 procent van de Zuid-Afrikanen van mening dat huiselijk geweld een privékwestie is en geen strafbaar feit.
Zoals de HSRC stelt, is GBVF het resultaat van ‘diepgewortelde maatschappelijke normen en structuren die mannelijke dominantie in stand houden en genderhiërarchieën versterken … wat leidt tot vrouwelijke ondergeschiktheid, systemische ongelijkheid en geweld tegen vrouwen’.
In het afgelopen decennium zijn er verschillende pogingen gedaan om GBVF tegen te gaan. Deze leken enkele jaren succesvol, aangezien het femicidecijfer daalde. In 2020 sprak de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa echter van een ‘tweede pandemie’ van GBVF, toen het aantal gevallen opnieuw begon te stijgen. Men kan stellen dat de coronacrisis een belangrijke rol heeft gespeeld bij deze terugval.
De protesten van vorige maand bleken succesvol: Ramaphosa riep GBVF uit tot nationale ramp. Hij verklaarde dat de regering ‘alle middelen die haar ter beschikking staan’ zal inzetten om deze crisis te beëindigen. Deze ‘middelen’ zijn zonder twijfel breed en complex. Het zal waarschijnlijk lange tijd duren voordat normen en waarden in een land met zo’n pijnlijke geschiedenis structureel veranderen, maar het is zeker niet onmogelijk. De ‘culturele heroriëntatie’, zoals Al Jazeera het noemt, moet beginnen in de privésfeer en kan duurzaam worden gemaakt via onderwijs, gemeenschappen en publieke fora. De woorden van Ramaphosa vormden een cruciale stap, maar concrete en radicale veranderingen zijn noodzakelijk om veilige levens voor de vrouwen van Zuid-Afrika te garanderen.
Foto door Tumisu via https://pixabay.com/photos/violence-against-women-domestic-4209778/

